Het Licht van Kerst
André H. Roosma 24 december 2011
(27 jan. 2012)
Het volk, dat in duisternis
wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de
schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.
Jesaja 9: 1; vgl. Mattheus 4: 12-17
Met Kerst vieren we dat Jezus naar ons toekwam.
Hij werd en wordt ook wel Immanu’el genoemd,
dat betekent: God met ons.
Jezus bracht als het ware God nabij, doordat Hij de barrière wegnam
die wij hadden opgeworpen naar God toe.
Bovenstaande Bijbel-tekst spreekt over Hem als het
Licht dat in de wereld kwam. Ook veel Kerstliederen beamen dit:
Nu daagt het in het Oosten / Het licht schijnt
overal;
Hij komt de volken troosten / Die eeuwig heersen zal.
De zonne voor wier stralen / het nacht’lijk
duister zwicht,
en die zal zegepralen, / is Christus, ’t eeuwig Licht.
Liedboek v.d. Kerken 124: 1, 4 (Oude NH Gezang
8)
En in een ander lied – Komt allen tezamen:
Komt allen tezamen, jubelend van vreugde.
Komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de Vorst der eng’len hier geboren.
komt, laten wij aanbidden (3x) die Koning.
Het licht van de Vader, licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in ’t vlees:
goddelijk Kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden (3x) die Koning.
Liedboek v.d. Kerken 138: 1, 3 (Oude NH Gezang
18)
Maar wat is dan toch dat licht, waar
bovenstaande tekst en al die liederen over schrijven?
Als christenen kunnen we wel eenvoudig met het geciteerde gezang, of
met Johannes 8: 12, zeggen dat Jezus Christus dat Licht is, maar hoe komt
het, dat Hij het Licht wordt genoemd?
Welk dieper verband ligt er tussen Jezus en licht?
Het Oude of Eerste Testament van de Bijbel werd oorspronkelijk voor
het grootste deel geschreven in een oude vorm van het Hebreeuws.
De letters of symbolen van dit oude schrift waren plaatjes.*
Je kon de woorden dus lezen door de betekenissen van de plaatjes
achter elkaar te zetten.
Als we dat doen met het Hebreeuwse woord אור - ’or, dat bij ons
vertaald is met licht, zien we:
 
– van rechts naar links: een ossekop, een tentharing en een
gezicht van opzij.
Deze drie symbolen staan achtereenvolgens voor:
-
de ossekop: eerste / meest dierbare / meest belangrijke;
-
de tentharing/pin: zekerheid door verbinding of verbondenheid;
- het
gezicht van opzij: de (hogere) Ander (meestal God, soms de medemens).
Het hele woord   staat daarmee voor:
'de eerste, meest dierbare verbondenheid met God'.
En impliciet zit daar dan bij in dat die verbondenheid zekerheid en
veiligheid biedt.
Het is duidelijk, dat dit een beschrijving geeft van wat Jezus voor
ons betekent.
Interessant is nu, om met deze kennis eens te kijken naar het begin
van de Bijbel.
In Genesis 1: 3 staat dat het eerste dat God door Zijn Woord
(vergelijk Johannes 1: dat Woord is Jezus) schiep, is dit
licht, deze eerste verbondenheid met Hem.
Zonder verbondenheid met Hem kan er niets bestaan.
Zoals Paulus zei: wij hebben ons bestaan in Hem (Kolossenzen 1:
17).
Jezus Zelf zei dat we als ranken aan de wijnstok (Hijzelf!) verbonden
moeten blijven, willen we leven, floreren en vrucht dragen
(Johannes 15 vgl. ook wat Jezus bad in Johannes 17, n.a.v. de eenheid
/ verbondenheid die Hij, de Vader en de Heilige Geest delen).
Laten we nu de volgende teksten eens in dit licht bekijken.
En dit is de verkondiging, die wij van Hem
gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en
in Hem is in het geheel geen duisternis.
1 Johannes 1: 5
We kunnen dit dus lezen als: „... God is 100%
verbondenheid”.
Hij wil geen verdeeldheid, geen wantrouwen, geen vijandschap...
Heel Zijn karakter is louter gericht op verbondenheid.
Daarom was dat ook het eerste wat Hij schiep!
Is Hij niet een geweldige God om te mogen kennen en aanbidden?!
Hallelu-JaH!
Hier is nog zo’n mooi tekstgedeelte, dit keer van Petrus:
Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten
eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem,
Die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:
u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu
in zijn ontferming aangenomen.
1 Petrus 2: 9-10 (vgl. Kolossenzen 1:
9-14)
Door Jezus zijn we overgezet vanuit de duisternis en de dood – die
akelige toestand van gescheiden zijn van God, waar geen leven is. En
Hij Heeft ons weer in het licht gezet; weer verbonden met God de Vader!
En dat niet om het stil vóór ons te houden...
Maar als we het écht gesmaakt hebben, lukt dat ook niet! :-)
In december vieren de joden het Chanukkah feest.
Dit is een feest waarin herdacht wordt dat God in 165 voor Christus, bij
een herinwijding van de tempel, de grote Menorah acht dagen liet branden
op een oliehoeveelheid voor slechts één dag.
Mijn onderzoek* heeft op unieke wijze aan het licht gebracht dat het
licht van de grote, gouden Menorah in de tempel in Jeruzalem,
met zeven olielampen erop, al vanouds een uniek symbool was van de tegenwoordigheid van God.
Helaas hebben de joden er vaak een andere betekenis aan gegeven en ook
de zeven-armige Menorah vervangen door een kandelaar met negen armen (8+1).
Ook vind ik het jammer dat Chanukkah het Loofhuttenfeest
(Sukkot) als het grote feest van het Licht
naar de achtergrond heeft gedrukt (noot: Jezus is
hoogstwaarschijnlijk tijdens of net voor het Loofhuttenfeest geboren;
de viering van Chanukkah in december lijkt, net als Kerst, vooral ingegeven
door heidense invloeden: de midwinterfeesten).
Het belangrijkste in dit verband is dat in Jezus God meer gaf dan alleen een lichtend symbool van Zijn
tegenwoordigheid. Hij, Die het Licht is, kwam
Zelf! Dat was een nog oneindig veel groter wonder!
Paulus verhaalt later tegenover de Romeinse koning Agrippa, dat hij een
groot licht zag, toen hij op weg was naar Damascus om de volgelingen van
Jezus te vervolgen:
En toen ik onder die omstandigheden naar Damascus
reisde met volmacht en opdracht der overpriesters, zag ik, o koning, midden
op de dag onderweg een licht, schitterender dan de glans
der zon, van de hemel mij en hen, die met mij reisden, omstralen;
en toen wij allen ter aarde vielen, hoorde ik een stem tot mij spreken in
de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?
Het valt u zwaar tegen de prikkels achteruit te slaan.
En ik zeide: Wie zijt Gij, Here? En de Here zeide: Ik
ben Jezus, die gij vervolgt. Maar richt u op en sta op uw voeten;
want hiertoe ben Ik u verschenen om u aan te wijzen als dienaar en getuige
daarvan, dat gij Mij gezien hebt en dat Ik aan u
verschijnen zal, u verkiezende uit dit volk en de heidenen, waarheen
Ik u zend, om hun ogen te openen ter bekering uit de
duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God,
opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden
ontvangen door het geloof in Mij.
Handelingen 26: 12-18
God kwam heel dichtbij, en daar kon zelfs de fanatieke joodse theoloog
Saulus niet tegenop.
En God maakte Zijn doel aan hem bekend: mensen terug te brengen vanuit
de duisternis – het gescheiden zijn van God – naar het licht
– het leven in verbinding met God.
Over het nieuwe Jeruzalem dat eens uit de hemel zal neerdalen, zegt
Johannes:
En een tempel zag ik in haar niet, want JaHUaH, de Almachtige God, is haar tempel, en
het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar
beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht
haar en haar lamp is het Lam.
Openbaringen 21: 22-23 (vgl. Jesha‘-Jahu
(Jesaja) 60: 19)
Van Johannes de doper werd gezegd, met een hint naar de bovenaan
geciteerde tekst uit Jesaja:
En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste
heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht van de Here, om zijn wegen
te bereiden, om aan zijn volk te geven kennis van heil
[Jeshuah] in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke
barmhartigheid van onze God, waarmede de Opgang uit de hoogte naar ons zal
omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in
duisternis en schaduw van de dood, om onze voeten te richten op de weg
van de vrede. Lukas 1: 76-79
In het licht van dat oude woord licht,
  ,
wordt het gelijk duidelijk wat dit licht
met vrede (Hebreeuws: shalom) te maken heeft.
Dierbaar verbonden met God ervaren we shalom.
Het omgekeerde geldt ook: als we de shalom doorbreken door dingen
te doen die ingaan tegen Zijn karakter en die Hij niet voor ons bedoeld
heeft, dan zetten we ook onze verbondenheid met Hem op het spel.
Denkt u hier nog eens over na, als u deze Kerstdagen zingt over het Licht,
of als u een kaarsje of ander licht aansteekt.
Ik bid u, met uw dierbaren, Gods rijke zegen toe voor deze Kerst- en
Chanukkah-dagen en voor het nieuwe jaar!
En dat u volop mag genieten van Immanuel Die
ruim 2000 jaar geleden (waarschijnlijk rond Bazuinendag, Grote
Verzoendag of het Loofhuttenfeest) naar deze wereld
kwam, en nu en in 2012 nog graag elke dag mét ons wil zijn.
In liefde gunt Hij ons dat leven in verbondenheid met Hem zo!
* Meer informatie over het hier bedoelde oude Hebreeuwse schrift in:
André H. Roosma, ‘De geschreven taal van Abraham, Mozes en David –
Pictografische wortels en basisnoties in de structuur van het vroeg-Bijbelse
schrift’ , Hallelu-JaH werkdocument over het oude
proto-Semitische en Paleo-Hebreeuwse schrift, januari 2011.
|