Verbonden in de Bijbel (meervoud!)
André H. Roosma 4 augustus 2025
„Verbonden?? O, je bedoelt het oude en het
nieuwe verbond. ... Wat, ... bedoel je dat er meer zijn dan die twee?”
Ja, de Bijbel bevat een hele reeks verbonden! Voor we hier
in detail naar gaan kijken, even iets over de aard van een verbond
(Hebreeeuws: בּרית - bérit1) in de Bijbel.
In de oudheid in het Midden Oosten was een verbond vooral een
afspraak waarbij twee partijen elkaar iets plechtig beloofden.
De houdbaarheid van zo’n verbond was onbeperkt; de beloften waren
dus voor altijd geldig. Een nieuw verbond kwam dus altijd als toevoeging
of uitbreiding bij het vorige verbond.
Wat opvalt in de verbonden van God JaHUaH in de Bijbel, is dat Hij
er het initiatief voor neemt, het eigenlijk helemaal van Hem uitgaat, en dat
Hij er trouw aan is, ook wanneer de mensen dat van hun kant niet zijn.
Elke eerdere versie van Gods Verbond gaf in feite een ruwe schets of
vóór-afbeelding van het uiteindelijke Verbond dat God sloot in
Christus. Het Griekse woord dat Paulus o.a. in Kol.2:17 gebruikt is σκία - skía. Dat betekent niet alleen 'schaduw', maar ook 'schets'.
Elk eerder verbond was een schets voor het volgende, wat het vorige
bevestigde, en waarin soms weer meer werd geopenbaard:2
- Het verbond met Adam & Eva: het verbond rond de Boom des Levens
met als uitdaging om in afhankelijkheid te leven, niet in eigen kennis,
gesymboliseerd door de palmboom als symbool van de boom des levens
(Genesis 2-3; Hos.6:7);
- Het genade-verbond met Qaïn, met een zichtbaar teken op hem (Gen.4:15);
- Het verbond met Noach: Noachidisch genade-verbond, belofte van niet een
volgende vernietiging door water, gesymboliseerd door regenboog aan het
hemelgewelf (zoals gezegd: de bron van water) (Gen.6-9);
- Het verbond met ’Abraham: zegen (voortplanting/vele volken) op
geloof, met o.a. de besnijdenis als teken (Gen.12:1-3,7; 13:14-17; 14:18-20;
15:1-18; 17:1-27; 18:1-15; 22:1-18; 24:1; 2 Kon.13:23; 1 Kron.16:15-16;
Neh.9:8; Hand.3:25; 7:8,17);
- Het Sinaï-verbond van God JaHUaH met het nieuwe volk Isra’el;
met de Torah, ark en tabernakel als zichtbare tekenen (Exodus -
Deuteronomium; 1 Kron.16:14-19; 2 Kron.5:10; 6:14; Jer.11:1-8; Eze.16:8,60;
Hos.8:1; Rom.9:4; 2 Kor.3:14; Ef.2:12; Hebr.9:1-4, 18-22);
- Het verbond met Levi (Deut.10:8-9; 33:8-11; Jer.33:17-22; Neh.13:29;
Mal.2:4-10; zie ook Num.25:11-13);
- Davidisch verbond met koningschap over Jehudah, en de tempel als zichtbaar teken (2 Sam.7:12-16; 23:5;
Psalm 89:30; 1 Kon.8:1; 1 Kron.16:7-37; 2 Kron.13:5; Jes.55:3; Jer.33:21);
- Een aantal hernieuwingen van het Sinaï-verbond:
- Het verbond met koning ’Asa’ (2 Kron.15:1-15);
- Het verbond met koning Jeho-jada‘
(2 Kon.11:17; 2 Kron.23:16);
- Het verbond met koning Jechizqi-jahu
(ook wel: Chizqi-jah 2 Kron.29:10);
- Het verbond met koning Jo’shi-jahu (2 Kon.22:15- 23:24;
2 Kron.34:23-33);
- Het verbond met Nechem-jah (Neh.9:38);
- Het genade-verbond in Christus, met het kruis, het lege graf en de
vervulling met Gods Geest als zichtbare tekenen (Jer.31:31-34; 32:40;
Eze.16:62; in feite het hele NT; i.h.b. Mat.26:28; Markus 14:24; Luk.22:20;
1 Kor.11:25; 2 Kor.3:6; Hebr.7:22; 8:6-13; 9:15; 10:16, 29; 12:24; 13:20).
Steeds ging het om de beperktheid van de mens en de genadevolle zegen
van God, Die een gemeenschap van mensen zoekt die Hem vertrouwen en zich in
Hem verheugen zoals Hij Zich in hen verheugt. In dat laatste verbond zijn alle vorige verenigd en compleet gemaakt... (met
dien verstande dat de besnijdenis hierin een besnijdenis van het hart is).
Mooi is bijv. te zien dat o.a. het eerste verbond door heel de
geschiedenis van Isra’el zeer actueel bleef: de
palmboom bleef hét symbool van hoe God Israël leven en overvloed gaf.
Hallelu JaH !
Voetnoot
|