De Palmboom in de Bijbel (3) Teken van Gods tegenwoordigheid en spreken
André H. Roosma
16 januari 2012
Zoals we de vorige keer bespraken, kent de Bijbel veel symboliek waarin de
palmboom voorkomt.
  1
- תמר - tamar,
Hebreeuws voor ‘palmboom’ is letterlijk: ‘het teken van water/overvloed van de Ander
(God)’!
De Bijbel vermeldt dat de tempel uitgebreid gedecoreerd was met
afbeeldingen van engelen en... palmbomen !
(Zie 1 Koningen 6: 29-35; 7: 36; 2 Kronieken 3: 5; en
Ezechiël 40: 16-37; 41: 18-26.)
Waarom was dit?
Zou het kunnen zijn, omdat de palmboom, net als engelen, geassocieerd werd
met de tegenwoordigheid van God?
Ik denk het wel.
Om in de tempel voor de mensen de de tegenwoordigheid
van God wat dichter bij de mensen te brengen, zonder Hemzelf af te
beelden, waren afbeeldingen van Engelen en palmbomen aangebracht.
Denk ook aan wat ik in deel 1 zei over de
associatie van de palmboom met de boom des levens uit het paradijs.
Van de profetes Deborah staat in Richteren 4: 4-5:
De profetes Debora, de vrouw van Lappidot, richtte
destijds Israël; zij was gewoon zitting te houden onder de Debora-palm
tussen Rama en Bet-el op het gebergte van Efraïm, en de Israëlieten
kwamen bij haar voor een rechterlijke uitspraak.
Ze leidde Israël en sprak recht, van onder
haar palmboom.
Ik heb me afgevraagd, waarom dat erbij staat?
Zou dat ermee te maken kunnen hebben, dat zij daar het spreken van God
beter kon horen?
(Noot: ik geloof dat God overal tot mensen kán
spreken. Maar wij mensen kunnen Zijn stem vaak beter verstaan in bepaalde
omstandigheden. Een grote berg, een palmboom waar we hoog tegenop zien –
ze helpen ons soms wel om ons oog en oor en hart naar boven te
richten...)
Het opvallende is dat er ook taalkundig gezien verwantschap is tussen
 
- tamar - palmboom, en   - ’amar -
spreken, in het bijzonder het spreken van God.
In feite is tamar te lezen als het -teken van Gods spreken.
Je kunt ook lezen: de palmboom is de persoonlijke
handtekening of onderstreping van Gods spreken.
Zou dit te maken kunnen hebben met de manier waarop God Zichzelf soms
openbaarde, als Hij met of tot mensen sprak?
Daarover meer in een volgende aflevering!
Ik concludeer hier wel dat de Bijbel de palmboom fundamenteel ziet
in relatie met God: Zijn aanwezigheid en
Zijn spreken.
Buiten die relatie, verwordt de palmboom, evenals de libanon-ceder, al
snel tot een altijd-groene boom waaronder afgoderij plaatsvindt (vergelijk 1 Koningen 14: 23; 2 Koningen 16: 4; 17: 10;
2 Kronieken 28: 4; Jesaja 57: 5; Jeremia 2: 20; 3: 6, 13; 17: 2;
Ezechiël 6: 13; 20: 47)2...
|