De veelzeggende Naam van God (25)De lofzang van Mosheh (Mozes)
André H. Roosma 27 jan. 2024
Onlangs lazen mijn echtgenote Henriette en ik aan tafel het lied, of beter:
de lofzang dat Mosheh (Mozes) met de Israëlieten zong, na de doortocht door de
Rode Zee, onderweg vanuit Egypte.
Het viel me op, hoe een mooi lied dit is, en hoe het ons een
goed voorbeeld geeft voor onze lofprijs aan JaHUaH1.
Hieronder geef ik u de rijke tekst van dit mooie loflied;
zowel het
Hebreeuwse origineel, als een nauwkeurige Nederlandse vertaling.
1 | Toen zong Mozes met de nazaten van Isra’el JaHUaH
dit lied toe, en zij zeiden: Ik wil tot JaHUaH zingen, want Hij is hoog
verheven, het paard en zijn ruiter stortte Hij in de zee. |
אָ֣ז יָשִֽׁיר־מֹשֶׁה֩ וּבְנֵ֨י יִשְׂרָאֵ֜ל
אֶת־הַשִּׁירָ֤ה הַזֹּאת֙ לַֽיהוָ֔ה וַיֹּאמְר֖וּ לֵאמֹ֑ר אָשִׁ֤ירָה לֽ͏ַיהוָה֙
כִּֽי־גָאֹ֣ה גָּאָ֔ה ס֥וּס וְרֹכְב֖וֹ רָמָ֥ה בַיָּֽם׃ |
2 | JaH is mijn kracht en mijn lied-met-muziek, Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de God van
mijn voorvaderen, Hem prijs ik. |
עָזִּ֤י וְזִמְרָת֙ יָ֔הּ וַֽיְהִי־לִ֖י לִֽישׁוּעָ֑ה זֶ֤ה
אֵלִי֙ וְאַנְוֵ֔הוּ אֱלֹהֵ֥י אָבִ֖י וַאֲרֹמְמֶֽנְהוּ׃ |
3 | JaHUaH is een Krijgsheld; JaHUaH is Zijn Naam. |
יְהוָ֖ה אִ֣ישׁ מִלְחָמָ֑ה יְהוָ֖ה שְׁמֽוֹ׃ |
4 | De wagens van Farao en zijn legermacht wierp Hij in de zee; de selectie van
zijn wagenhelden werd in de Rode Zee verdronken. |
מַרְכְּבֹ֥ת פַּרְעֹ֛ה וְחֵיל֖וֹ יָרָ֣ה בַיָּ֑ם וּמִבְחַ֥ר
שָֽׁלִשָׁ֖יו טֻבְּע֥וּ בְיַם־סֽוּף׃ |
5 | Watervloeden overdekten hen; in de diepte zonken zij als een steen. |
תְּהֹמֹ֖ת יְכַסְיֻ֑מוּ יָרְד֥וּ בִמְצוֹלֹ֖ת
כְּמוֹ־אָֽבֶן׃ |
6 | Uw rechterhand, JaHUaH, heerlijk door kracht, Uw rechterhand,
JaHUaH, verpletterde de vijand. |
יְמִֽינְךָ֣ יְהוָ֔ה נֶאְדָּרִ֖י בַּכֹּ֑חַ יְמִֽינְךָ֥
יְהוָ֖ה תִּרְעַ֥ץ אוֹיֵֽב׃ |
7 | In Uw grote majesteit vernietigde U wie tegen U opstonden; U liet Uw
toorngloed los, hij verteerde hen als stoppels. |
וּבְרֹ֥ב גְּאוֹנְךָ֖ תַּהֲרֹ֣ס קָמֶ֑יךָ תְּשַׁלַּח֙
חֲרֹ֣נְךָ֔ יֹאכְלֵ֖מוֹ כַּקַּֽשׁ׃ |
|
8 | Door de adem van Uw neus werden de wateren opgestuwd; als een dam stonden de
stromen; de watervloeden stolden in het hart van de zee. |
וּבְר֤וּחַ אַפֶּ֙יךָ֙ נֶ֣עֶרְמוּ מַ֔יִם נִצְּב֥וּ
כְמוֹ־נֵ֖ד נֹזְלִ֑ים קָֽפְא֥וּ תְהֹמֹ֖ת בְּלֶב־יָֽם׃ |
9 | De vijand zei: Ik achtervolg, haal in, deel de buit; ik koel mijn lust aan
hen, trek mijn zwaard; mijn hand roeit hen uit. |
אָמַ֥ר אוֹיֵ֛ב אֶרְדֹּ֥ף אַשִּׂ֖יג אֲחַלֵּ֣ק שָׁלָ֑ל
תִּמְלָאֵ֣מוֹ נַפְשִׁ֔י אָרִ֣יק חַרְבִּ֔י תּוֹרִישֵׁ֖מוֹ יָדִֽי׃ |
10 | U blies met Uw adem, de zee overdekte hen; als lood zonken zij in geweldige
wateren. |
נָשַׁ֥פְתָּ בְרוּחֲךָ֖ כִּסָּ֣מוֹ יָ֑ם צָֽלֲלוּ֙
כַּֽעוֹפֶ֔רֶת בְּמַ֖יִם אַדִּירִֽים׃ |
11 | Wie is als U, onder de goden, JaHUaH, wie is als U, heerlijk in
ontzagwekkende heiligheid? Lofzangen voor U
Die dit wonder doet! |
מִֽי־כָמֹ֤כָה בָּֽאֵלִם֙ יְהוָ֔ה מִ֥י כָּמֹ֖כָה נֶאְדָּ֣ר
בַּקֹּ֑דֶשׁ נוֹרָ֥א תְהִלֹּ֖ת עֹ֥שֵׂה פֶֽלֶא׃ |
12 | U strekte Uw rechterhand uit, de aarde verzwolg hen. |
נָטִ֙יתָ֙ יְמִ֣ינְךָ֔ תִּבְלָעֵ֖מוֹ אָֽרֶץ׃ |
13 | U leidde in Uw goedertierenheid het volk dat U verlost hebt; U leidde het
rustig door Uw kracht naar de lieflijke woning van Uw heiligheid. |
נָחִ֥יתָ בְחַסְדְּךָ֖ עַם־ז֣וּ גָּאָ֑לְתָּ נֵהַ֥לְתָּ
בְעָזְּךָ֖ אֶל־נְוֵ֥ה קָדְשֶֽׁךָ׃ |
|
14 | Volkeren hoorden het, zij sidderden; angst greep de bewoners van Filistea
aan. |
רְצֵ֣ה יְ֭הוָה לְהַצִּילֵ֑נִי יְ֝הוָ֗ה לְעֶזְרָ֥תִי
חֽוּשָׁה׃ |
15 | Toen verschrikten Edoms stamhoofden, huivering greep Moabs machtigen aan;
alle bewoners van Kanaän smolten weg. |
אָ֤ז נִבְהֲלוּ֙ אַלּוּפֵ֣י אֱד֔וֹם אֵילֵ֣י מוֹאָ֔ב
יֹֽאחֲזֵ֖מוֹ רָ֑עַד נָמֹ֕גוּ כֹּ֖ל יֹשְׁבֵ֥י כְנָֽעַן׃ |
16 | Ontzetting en schrik overviel hen, door Uw geweldige arm werden zij stom als
een steen, terwijl Uw volk, JaHUaH, doortrok, Uw volk, dat U U hebt
verworven, doortrok. |
תִּפֹּ֨ל עֲלֵיהֶ֤ם אֵימָ֙תָה֙ וָפַ֔חַד בִּגְדֹ֥ל זְרוֹעֲךָ֖
יִדְּמ֣וּ כָּאָ֑בֶן עַד־יַעֲבֹ֤ר עַמְּךָ֙ יְהוָ֔ה עַֽד־יַעֲבֹ֖ר עַם־ז֥וּ קָנִֽיתָ׃ |
17 | U brengt hen en plant hen op de berg die Uw erfdeel is; de plaats die U,
JaHUaH, tot Uw woning gemaakt hebt; het heiligdom, Here, door Uw
hand gesticht. |
תְּבִאֵ֗מוֹ וְתִטָּעֵ֙מוֹ֙ בְּהַ֣ר נַחֲלָֽתְךָ֔ מָכ֧וֹן
לְשִׁבְתְּךָ֛ פָּעַ֖לְתָּ יְהוָ֑ה מִקְּדָ֕שׁ אֲדֹנָ֖י כּוֹנְנ֥וּ יָדֶֽיךָ׃ |
18 | JaHUaH regeert voor altijd en eeuwig. |
יְהוָ֥ה ׀ יִמְלֹ֖ךְ לְעֹלָ֥ם וָעֶֽד׃ |
19 | Want toen Farao’s paarden met zijn wagens en ruiters in de zee gekomen waren,
deed JaHUaH de wateren van de zee over hen terugvloeien, maar de
nazaten van Isra’el gingen op het droge midden door de zee. |
כִּ֣י בָא֩ ס֨וּס פַּרְעֹ֜ה בְּרִכְבּ֤וֹ וּבְפָרָשָׁיו֙
בַּיָּ֔ם וַיָּ֧שֶׁב יְהוָ֛ה עֲלֵהֶ֖ם אֶת־מֵ֣י הַיָּ֑ם וּבְנֵ֧י יִשְׂרָאֵ֛ל
הָלְכ֥וּ בַיַּבָּשָׁ֖ה בְּת֥וֹךְ הַיָּֽם׃ פ |
Exodus 15: 1-19
Wat als eerste opvalt in dit lied is natuurlijk het veelvuldig gebruik van
Gods heerlijke Naam JaHUaH (12x in dit gedeelte). Mosheh spreekt over de
God van Israël als JaHUaH, en Hij spreekt God ook met de Naam
JaHUaH aan. Dat is ook niet zo vreemd, want in de voorafgaande
hoofdstukken heeft God Zelf regelmatig gezegd, dat door de tekenen en
wonderen die Hij in Egypte deed, de Israëlieten én de hele wereld zouden
weten dat Hij JaHUaH is. Het bekend worden van die heerlijke Naam was
een belangrijk doel van heel het gebeuren.
In die Naam ligt dat Hij de God is Die ER IS, en zonodig handelend optreedt,
voor degenen die Hem toe willen behoren.
In vers 2 zingt hij: “JaH is mijn kracht en mijn lied-met-muziek, Hij is
mij tot heil geweest.” We kunnen ook vertalen: Hij is mij tot redding
geweest. In het Hebreeuws staat er dat God hem tot Jeshu‘ah (Hebr.: לִֽישׁוּעָה 2) is geweest.
Hij gaat verder: “Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de
God van mijn voorvaderen, Hem prijs ik.” Het gaat niet om zomaar
een of andere God. Het gaat om die éne God: JaHUaH - de God van Abraham,
Jitschaq en Ja‘aqob (denk aan hoe God Zich aan Hem liet kennen in Exodus
3:6,14-15). Wanneer we alleen liederen zingen van lof aan ‘God’, die ook
iemand van een andere godsdienst kan zingen, denkend aan zijn of haar god,
dan zijn we op z’n zachtst gezegd niet erg duidelijk. Mosheh is dat hier
gelukkig wél. En we mogen zijn voorbeeld volgen.
Naast dat Mosheh héél duidelijk is over welke God hij alle lof en eer
toezingt, is hij ook héél duidelijk over waarom hij dat doet: vanwege de grote
daden van JaHUaH - wat Hij allemaal deed om hén, Zijn verbonds-volk, te
redden uit de klauwen van degenen die hen verdrukten. In geuren en kleuren
wordt het door Mosheh beschreven, met veel gebruik van de Hebreeuwse
stijlfiguur van parallellie - twee of meerdere keren hetzelfde zeggen in iets
andere woorden, zodat het héél duidelijk wordt. De naam van die verdrukkers
(de Egyptenaren) noemt hij overigens niet eens, ook de naam van de phara'oh
die hen achtervolgde niet.3 Die waren niet belangrijk; ze gaan totaal
naam- en roem-loos ten onder. Zo niet de grote Redder: JaHUaH; Zijn wonderdaden mogen vermeld
worden en Zijn heerlijke Naam mag genoemd, geloofd en geprezen worden!
Hallelu JaHUaH !
Noten
1 |
De glorierijke Naam van God, JaHUaH geef ik hier
zo goed mogelijk weer vanuit het oudste Hebreeuwse origineel. Voor meer achtergrond informatie over deze glorierijke Naam van God, zie:
André H. Roosma, ‘De wonderbare en liefelijke Naam van de God Die er was, Die er is, en Die
er zijn zal’ , uitgebreide Accede!/Hallelu-JaH! studie (ca. 90 p.), juli 2009. |
2 |
Dit is de derde keer dat het Hebreeuwse woord Jeshu‘ah (Hebr.: ֽישׁוּעָה) in
de Bijbel voorkomt. Hiervóór in het vorige hoofdstuk en in de zegen van
Ja‘aqob aan zijn zonen (Gen.49:18; Ex.14:13). |
3 |
Er is tot op de dag van vandaag geen 100% zekerheid over
welke phara‘oh in het Bijbel-verhaal aan de orde is. Het meest plausibel vind
ik wat Gerard Gertoux door intensief onderzoek ontdekte. Uit analyse van
destijds opgetekende bijzondere sterren-standen e.d. kon hij tot op de dag
nauwkeurig afleiden wanneer de Exodus precies heeft plaats gehad en over welke
phara‘oh het ging. Een aantal details kloppen dan wel héél opmerkelijk. De
betreffende phara‘oh, Seqenenre Taa, is kort na zijn oudste zoon Ahmose Sapaïr
overleden (Ex.12:29) en zijn lichaam is pas gemummificeerd toen het al in een
vergaande staat van ontbinding verkeerde (nadat het opgevist was uit de Rode
Zee, of gevonden op het strand erlangs). De Egyptische archeologie laat zien
dat de Bijbel exact klopt! Zie: Gerard Gertoux, ‘The Pharaoh of the Exodus - Fairy tale or real history? - Outcome of the
investigation’, op Academia.edu. Dit uitgebreide artikel / e-book
geeft een enorme rijkdom aan archeologisch en historisch bewijs voor de
historiciteit van het Bijbelse Exodus-verhaal, inclusief observaties
betreffende de phara‘oh. Zie ook: Gerard Gertoux, ‘Egyptian chronology, 2838-342 BCE, through astronomically dated
synchronisms and comparison with carbon-14 dating’, op
Academia.edu. |
In de openbaringen die Johannes ontving, is opnieuw
sprake van het lied van Mosheh, dat in de tijd waarover deze openbaring gaat,
opnieuw gezongen is of zal worden. Let u eens op de strekking van dit lied,
zo het hier wordt samengevat:
1 | En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar:
zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want daarmee is de
gramschap van God voleindigd. |
2 | En ik zag iets als een zee van glas met vuur vermengd, en de
overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van
zijn naam, staande aan de glazen zee, met de citers van God. |
3 | En zij zingen het loflied van Mozes, de knecht van God, en het lied
van het Lam, zeggende: groot en wonderbaar zijn Uw werken, JaHUaH God,
Albeheerser, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, U, Koning van de
volkeren! |
4 | Wie zou niet vrezen, JaHUaH, en Uw Naam niet verheerlijken?
Immers, U alleen bent heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U
neervallen in aanbidding, omdat Uw gerichten openbaar zijn geworden. |
Openb. 15:1-4
Ook hier gaat dit lied over verheerlijking van Gods Naam
onder beschrijving van het geweldige reddende werk wat Hij heeft gedaan. Hij is
werkelijk de Koning der koningen in macht en in heerlijkheid, in
rechtvaardigheid, waarachtigheid en heiligheid! Alle volken zullen dat
weten en Hem aanbidden!
Hallelu JaHUaH !
Vorige delen in deze serie De veelzeggende Naam van
God: (24) Zijn Naam is verheven - roep Zijn Naam aan!, op basis van
Jesha‘-Jahu (Jesaja) 12,
9 jan. 2024; (23)
De Sprekende God van de Exodus en van de hele Bijbel,
23 juni 2023; (22) De rijkdom van de Titel אֵל רַחוְּם -
’El Rachum’; (21) Waarom het christendom DE NAAM veelal negeerde; (20) JaHUaH - de ware God van de Bijbel – is betrokken!; (19) De rijkdom van de Titel אֵל שַׁדַּי -
’El Shaddai; (18) Waarom het rabbijnse jodendom DE NAAM niet wil noemen; (17) Wat we leren uit Jezus’ verzoeking in de woestijn.
|