Hallelu-JaH - alle eer aan JaHUaHUSA flag/GB flag
  

De veelzeggende Naam van God (27)

Het gebruik en niet-gebruik van namen

André H. Roosma
10 maart 2024

Hebt u wel eens iemand gesproken die helemaal hoteldebotel verliefd is? Wat mij vaak opvalt, is dat zo iemand in bijna elke zin de naam van de geliefde noemt. Zo is het met mij ook. Ik ben enorm gepakt door de ongelooflijk grote Liefde van God JaHUaH.1 En dat is gigantisch toegenomen sinds ik begonnen ben met die heerlijke Naam in de Bijbel te bestuderen. En er is méér...

In de Bijbel, zo mocht ik ontdekken, zijn namen heel belangrijk. Namen zeggen iets over de drager ervan. Zomaar even een voorbeeld: Elia heette in de Hebreeuwse grondtekst eigenlijk: ’Eli-jahu. Hij was de profeet die in een gigantische happening op de Karmel (1 Koningen 18:20-40) mocht bewerken dat velen weer opnieuw leerden zeggen: Mijn God (’El-i) is JaHUaH. Zijn naam was dus een samenvatting van zijn grootste levenswerk.

In verschillende artikelen in deze serie, en ook in andere, heb ik er al op gewezen, maar ik wil hier nogmaals vertellen hoe belangrijk het al dan niet gebruiken van namen in de Bijbel is. In de Bijbel is het zó, dat door iemands naam expliciet te vermelden, je hem of haar eert en zegt dat je het met hem of haar eens bent. Door iemands naam duidelijk niet te noemen, zeg je dat je hem of haar verwerpt en/of dat je het sterk oneens bent met die persoon.
Een aantal voorbeelden (met verwijzingen naar artikelen waarin ik nader op dat voorbeeld inga):

  • Er is één Naam die in de Bijbel zo'n 7000 keer genoemd wordt: de Naam van God Zelf: JaHUaH. Heel de Bijbel is door Hem geïnspireerd en heel de Bijbel wil Hem alle eer geven. Talloze Bijbelverzen roepen ons op, Zijn Naam wereldwijd bekend te maken en lof toe te zingen. Zie m'n grote studie1 en alle artikelen in deze serie, in het bijzonder ook deel (4): ‘Gods glorierijke Naam יהוה - JaHUaH aanroepen; waar staat dat in de Bijbel?’.
  • Jeshu‘a, toen Hij door de tegenstander verzocht werd, noemde in elk antwoord een Bijbeltekst waarin de heerlijke Naam van God de Vader, JaHUaH, genoemd werd. De tegenstander citeerde in zijn verzoe­kingen ook de Bijbel, maar vermeed die verzen waarin de heerlijke Naam van God, JaHUaH, genoemd werd. Zie deel 17 van deze artike­len-srie: ‘Wat we leren uit de verzoeking van Jeshu‘a in de woestijn’.
  • De machtige koning van Egypte die Isra’el daar onderdrukte en het verzoek van JaHUaH om Zijn volk te laten gaan, weerstond, krijgt geen naam. Zelfs de naam van het land Egypte wordt niet genoemd; de Bijbel spreekt over ארץ מצרים - ’erets mitsraïm - ‘land van verdrukkingen’.
    Wél vermeldt de Bijbel expliciet de namen van de vroedvrouwen die Mozes en veel meer Israëlische jongetjes daar in Egypte geboren lieten worden, en die daarmee God JaHUaH gehoorzaamden en burgerlijk ongehoorzaam ingingen tegen het bevel van de toenmalige koning van Egypte - zie Exodus 1:15-22. Ze heetten Shifrah en Pu‘ah, en hun namen waren een compliment voor hun schoonheid en handelwijze, en JaHUaH zegende hen. Zie ook deel (9) van deze artikelen-serie: ‘In de Bijbel krijgen belangrijke personen een naam’.
  • Toen het volk Isra’el voor het hun beloofde land stond, werden er 12 mannen - uit elke stam één - uitgekozen om het land te verkennen; ze worden alle twaalf bij name genoemd (Numeri 13). Wanneer ze terugkomen (Numeri 14) verhalen ze allemaal van de vruchtbaarheid van het land. Er zijn echter tien die erbij zeggen dat de steden versterkt zijn en de mensen als reuzen, zodat ze het land niet binnen zullen kunnen gaan. Ze gaan daarmee lijnrecht in tegen wat JaHUaH beloofd had. Ook zetten ze de rest van de Israëlieten ertoe aan, God JaHUaH te wantrouwen. Hún namen worden op dat moment en erna nooit meer genoemd... Er zijn echter twee, die zeggen: God JaHUaH zal ons het land geven! Dat waren Jehoshu‘a (‘JaHUaH is redding’) en Kaleb (naar de oude symbolen kaph: geheven hand lam: herdersstaf baitu: tent/huis: ‘de hand-van-gezag over het huis van de Herder’; later is dat woord wel geïnterpreteerd als: ‘hond’, omdat die op het huis let). Die Jehoshu‘a en Kaleb, de twee verkenners die God geloofden, worden in Numeri 14 en daarna nog in Numeri 26 en 32 genoemd, Jehoshu‘a zelfs nog vaker in de hele Bijbel...
  • De tegenstander van God wordt in de Bijbel niet bij naam genoemd. De Hebreeuwse tekst heeft het over de שׂטן - satan - gewoon Hebreeuws voor ‘tegenstander’ of ‘aanklager’. Het Grieks van de Nieuwe of Tweede Testament heeft het over διάβολος - ‘lasteraar’, ‘verdeeldheidzaaier’, of ‘aanklager’. Dat zijn allemaal beschrijvende titels, geen naam. De tegenstander is in de Bijbel expliciet niet geëerd!
  • De farizeeërs in de tijd van Jeshu‘a kenden dit principe van noemen = eren; niet noemen = niet eren, ook. Ze noemden de naam van Jeshu‘a dan ook liever niet. Ze spraken over Hem als ‘deze’ of ‘deze mens’ (Lukas 15:2; Mat.26:61; Joh.7:46; 9:16,24; 11:47; 18:17; Hand.5:28).
  • In de Bijbel (Exodus 23:13) zegt God JaHUaH Zelf tegen Isra’el dat het verboden was, de namen van de afgoden uit Kanaän ook maar te noe­men, maar Zijn Eigen Naam niet zó te behandelen (door hem niet te noemen): „Ten aanzien van alles, wat Ik jullie gezegd heb, zullen jullie op je hoede zijn; de naam van andere goden zullen jullie niet noemen, hij zal uit je mond niet gehoord worden.” En ook (Deuteronomium 12:2-4) „Jullie zullen volkomen vernietigen alle plaatsen, waar de vol­ken, wiens gebied jullie in bezit nemen, hun goden gediend hebben, op hoge bergen en op heuvels en onder elke groene boom. Jullie zullen hun altaren afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhouwen en hun naam van die plaats doen verdwijnen. Dat zullen jullie bij JaHUaH, jullie God, niet doen.” Duidelijke taal!

We zien dus, dat namen in de Bijbel betekenisvol en belangrijk zijn en dat er twee opties zijn:

  • Iemand is waardig in Gods ogen; zijn of haar naam wordt genoemd en wij mogen die naam noemen; bij zeer grote waardigheid is het goed, de naam van de persoon - of Persoon - véél te noemen;
  • Iemand is niet waardig in Gods ogen; zijn of haar naam wordt niet genoemd en wij mogen die naam niet noemen.

De heerlijke Naam van de God van de Bijbel, JaHUaH, valt bij uitstek in de eerste categorie: Zijn Naam is het waard, veelvuldig vermeld, geprezen en verkondigd te worden over de hele aarde!

Hallelu JaHUaH !


Noten

1 De glorierijke Naam van God, JaHUaH geef ik hier zo goed mogelijk weer vanuit het oudste Hebreeuwse origineel.
Voor meer achtergrond informatie over deze glorierijke Naam van God, zie: André H. Roosma, ‘De wonderbare en liefelijke Naam van de God Die er was, Die er is, en Die er zijn zal.pdf document, uitgebreide Accede!/Hallelu-JaH! studie (ca. 90 p.), juli 2009.

Reacties

naam: *
e-mail: * (wordt niet openbaar gemaakt)
website: (optioneel)
reactie:
Ik wil graag dat mijn reactie hier wel / niet opgenomen wordt.
* = verplicht veld


Vorige delen in deze serie De veelzeggende Naam van God:
(26) ‘De יראת יהוה - jir’at JaHUaH’, 18 feb. 2024
(25) ‘De lofzang van Mosheh (Mozes)’, op basis van Exodus 15, 27 jan. 2024;
(24) ‘Zijn Naam is verheven - roep Zijn Naam aan!’, op basis van Jesha‘-Jahu (Jesaja) 12, 9 jan. 2024;
(23) ‘ De Sprekende God van de Exodus en van de hele Bijbel’, 23 juni 2023;
(22) De rijkdom van de Titel אֵל רַחוְּם - ’El Rachum’;
(21) Waarom het christendom DE NAAM veelal negeerde;
(20) JaHUaH - de ware God van de Bijbel – is betrokken!;
(19) De rijkdom van de Titel אֵל שַׁדַּי - ’El Shaddai;
(18) Waarom het rabbijnse jodendom DE NAAM niet wil noemen;
(17) Wat we leren uit Jezus’ verzoeking in de woestijn.

 
home  home ,  nieuws index  ,  artikelen index

  
bloemdecoratie 

Bedankt voor uw belangstelling!

bloemdecoratie